U bent hier

Jonge kandidaten laten van zich horen

dinsdag 3 mei 2016

Op 9 mei wordt in vele bedrijven het startschot gegeven voor de sociale verkiezingen. Wie meent dat de jeugd geen belangstelling heeft voor de vakbond heeft het bij het verkeerde eind. We laten twee jonge kandidaten aan het woord. Mensen met pit, die heel goed beseffen wat er aan de hand is, en die het beste van zichzelf willen geven om hun collega’s te vertegenwoordigen en te verdedigen. Zij willen verandering, en verbetering. Als jij dat ook wilt, steun ze dan.

JENS DE MOT, 23 EN KANDIDAAT BIJ AJINOMOTO OMNICHEM IN WETTEREN

"Ik werd aangesproken door de ancien bij ons, met de vraag of ik wilde opkomen voor de jongeren. We krijgen bij het ABVV alle nodige steun om ons in te werken. Het is de sterkste vakbond in ons bedrijf, met een ploeg die zeer goed samenwerkt en altijd paraat staat voor de collega’s.
Ik kies voor het werk in het CPBW. Veiligheid komt op de eerste plaats. Dit loopt ook gelijk met mijn taak als brandweerman. Ook daar gaat het altijd over risico’s inschatten en veilig kunnen werken. In een bedrijf is dat niet anders. Ik ga dus werken rond de noden van mijn collega’s op het gebied van veiligheid, hygiëne en welzijn.

De regering wil flexibiliteit tot het uiterste drijven. Ik vind het echt een brug te ver, zeker als je bekijkt hoe flexibel mijn werkmakkers nu al moeten zijn. We zitten al met verschillende ploegensystemen, gaande van 2 ploegen tot continusystemen. Mensen moeten ook in het weekend opkomen, en er is ook een oproepsysteem voor de onderhoudsdienst. De combinatie met het gezinsleven vergt een hele organisatie. En dan zou men de 38-urenweek willen afbreken en een 45-urenweek invoeren als de werkgever het nodig vindt. Het tijdskrediet wordt beperkt en men wil ons laten werken tot 67 jaar. Dat allemaal terwijl ik in mijn werkomgeving vaststel dat de toenemende werkdruk en de last van het ploegenstelsel ondraaglijker worden naargelang men ouder wordt. Mijn antwoord op die superflexibiliteit is dus een duidelijk neen.

Laten we vooral ook waken over ons recht om te protesteren, en om de werknemers te verdedigen. Rechtse partijen willen de vakbond het zwijgen opleggen. Maar recent toonde een enquête nog aan dat de grote meerderheid van de mensen de vakbonden noodzakelijk vinden. En bij ons op het bedrijf is men maar al te blij dat er een ABVV-vertegenwoordiging is die goed werkt. Ik hoor van mijn collega’s dat de maat echt vol is. Dus, handen af van onze vakbond. Wat aan banden moet gelegd worden is het wanbeleid van deze rechtse regering".

KENNETH SIEBENS, 23 EN DELEGEE BIJ ETERNIT KAPELLE-OP-DEN-BOS

"Ik was piepjong en nog maar zes maanden in het bedrijf toen ik delegee werd. Erg veel wist ik dus nog niet, maar ik heb me erin gesmeten en zo heb ik meteen veel geleerd. Ik vind natuurlijk gemakkelijk aansluiting bij de jonge werknemers. Maar ik probeer er voor iedereen te zijn, van eender welke vakbond. Ik vind dat we vooral samen moeten werken.

Het overleg in ons bedrijf verloopt op een positieve manier. De directie staat open voor onze voorstellen, al moeten we soms wel op tafel kloppen.
Mijn vakbondswerk draait vooral rond veiligheid. We hebben op dat vlak al heel wat verwezenlijkt. Er werden veel nieuwe veiligheden aan de machines aangebracht, en ook de richtlijnen zijn nu veel duidelijker. We houden ook de werven voor asbestverwijdering in het oog. Ons doel is echt dat er in de toekomst geen enkel arbeidsongeval meer voorkomt.

Natuurlijk houden de maatregelen die de regering nu aankondigt ons bezig. Veel van die maatregelen verlopen in heel kleine stapjes en zeker de jongeren zijn zich niet zo bewust van het effect ervan. Er is de laatste tijd veel gepraat over de pensioenen, maar dat ligt nog zo ver af. Het is belangrijk om hen goed te informeren over alle andere maatregelen die een direct gevolg hebben voor hun werksituatie. We moeten ons ervan bewust zijn dat zo stilaan allerlei verworven rechten worden afgebouwd. Ik kan best begrijpen dat er soms bespaard moet worden, maar dan moet dat wel eerlijk gebeuren en niet op de kap van de mensen die het al niet breed hebben. We moeten blijven strijden voor aangename en leefbare jobs.

Ik doe zoveel mogelijk mee aan de acties van de vakbond. Dat is mijn plicht, ik moet mijn werkmakkers vertegenwoordigen en verdedigen. Het probleem is dat acties soms in een slecht daglicht komen te staan, doordat er ook mensen op afkomen die uit zijn op rellen en vernielingen. Dat geeft de vakbond natuurlijk een slecht imago en dat helpt onze eisen niet vooruit".